5. De Oude Beek en de sprengen

5. De Oude Beek en de sprengen

De Oost-Veluwe kent van oorsprong niet veel natuurlijke beken. Een uitzondering is de Beekberger Beek of Oude Beek. Na de laatste ijstijd (ongeveer 12.000 jaar geleden) begonnen de tientallen meters dikke ijskorst op de hoge delen van de Veluwe te smelten. Het water zocht zich een weg in oostelijke richting naar de veel lager gelegen IJssel. Nog steeds is het water van de Oude Beek afkomstig van de hogere delen van de Veluwe (Hoenderloo en Otterlo) ; het regenwater sijpelt door de grond en komt via allerlei ondergrondse stromen, grind, klei en zandbanken aan de voet van het Veluwemassief weer tevoorschijn als kwelwater. Het kwelgebied (brongebied) van de Beekberger Beek is vrij groot, al met al wel een paar vierkante kilometer. Het brongebied ligt in de buurtschap Engeland aan de westkant van Beekbergen. Op verschillende plekken komt daar het kwelwater aan de oppervlakte, zoals in Engeland en bij de Engelanderweg.

Het verzamelde kwelwater komt bij de Hagenbrug samen en stroomt dan als Oude Beek van west naar oost, door Beekbergen, Lieren, Klarenbeek en Voorst naar de IJssel.

Beekberger Beek

De natuurlijke beken op de Veluwe waren niet bijster geschikt om als molenbeek te dienen vanwege de onregelmatige stroming en watertoevoer. De beken waren in hoge mate afhankelijk van de weeromstandigheden; in neerslagrijke tijden was de watertoevoer vaak te overvloedig, terwijl ze gedurende droge zomers dikwijls onvoldoende water leverden voor het laten draaien van de raderen van de molens.

Dus zochten de molenstichters op de Veluwe naar een systeem om zich van een meer regelmatige watervoorziening te verzekeren. Ze kwamen op het idee om sprengen te graven. Dat waren kunstmatige beken die in de Veluwse heuvels werden gegraven en die door een grotere watertoevoer het mogelijk maakten om meer molens te laten draaien.

Op de hogere gronden werden diepe ingravingen (sprengen) gemaakt tot het grondwater, de waterwel, werd bereikt. Het grondwater dat tussen twee meter en zeven meter diep lag, zorgde voor een regelmatige watertoevoer in de sprengen. Daarna werd een heel geleidelijk aflopend en vaak kilometers lang sprengenstelsel gegraven. Een voordeel van deze sprengen was ook dat het water bijna nooit bevroor. De sprengen op de Veluwe zijn dus geen natuurlijke beken, doch door mensen gegraven om waterkracht te leveren voor de talrijke watermolens. De Oude Beek of Beekberger beek is wel een natuurlijke beek.

Ook interessant voor jou

3. Het leven in de Middeleeuwen

3. Het leven in de Middeleeuwen

25. De Hagenbrug

25. De Hagenbrug

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw