Na de tweede wereldoorlog veranderde het straatbeeld in Beekbergen. Eerst zag men nog allerlei kooplui met hun spullen bij de mensen langs de deuren gaan, zoals de bakker met zijn bakkersfiets. In die tijd was er in Beekbergen en Lieren aan bakkers overigens geen gebrek; het dorp telde minstens negen bakkers.

De melkboer kwam aan de deur met een bakfiets. Hij verkocht ‘losse’ melk. Hij had een schenkbus waarin een maatbeker van een liter zat, waaruit hij de melk schonk. De petroleumboer kwam langs met zijn handkar. Op de kar lag een vat met tapkraan, waarmee de mensen hun petroleumblik lieten vullen. Veel mensen gebruikten in die tijd nog een petroleumstel om op te koken.
Veel bekijks trok de scharensliep. Het was een vrij log gevaarte dat op een speciale kar werd voort geduwd of getrokken door een hond. De slijper bracht door middel van een pedaal een vliegwiel in beweging, dat via een riem een as liet draaien, waarop diverse slijpschijven waren bevestigd. Op de slijpschijven konden messen, scharen, beitels en zelfs bijlen worden geslepen.

De marskramer kwam een paar keer per jaar langs de deuren leuren met zijn pottenkar. Hij verkocht van alles: potten en pannen, mandjes, keukengereedschap; te veel om op te noemen. De voddenman kwam vaker langs. Hij had een kar met een klein paard ervoor. De aangeboden vodden werden eerst gewogen met een handweger. Geld werd er zelden uitbetaald voor de aangeleverde vodden.
Verder kwamen nog de schillenboer en de kolenboer en de stoelenmatter en handelaren met koffers vol met allerhande spullen. Een groenteboer zag men nauwelijks,omdat bijna alle mensen een groentetuin hadden waarin ze zelf hun groente kweekten. Bij sommige mensen kwam ook de putjesschepper langs om de beerput te legen, want riolering bestond nog niet. Natuurlijk kwamen er ook zo af en toe wat ongenode gasten aan de deur, zoals zwervers en schooiers die om eten vroegen.
Na de oorlog verdwenen de kooplui uit het straatbeeld en nam het aantal winkels in Beekbergen flink toe. Het winkelbestand was zeer gevarieerd, al was het aantal bakkers ver in de meerderheid. Aan de westkant van de Arnhemseweg was de boekhandel van R. van Mazijk met een leesbibliotheek gevestigd. Het lidmaatschap van de bibliotheek kostte 30 cent en de leesprijs voor een boek was 8 cent per week.

Later nam B.J. Schaapman de boekhandel over; hij verkocht ook muziekstukken, tijdschriften en kerkboeken. Ook voor bindwerk en stencilwerk kon men bij hem terecht. Naast de boekhandel woonde Vleeming de sigarenboer. Daarnaast had Klaas van Baak een kruidenierszaak; tegenwoordig is er het Pannenkoekenhuis gevestigd. Direct ernaast lag een pand waar Visch een installatiebureau en een moderne radio- en televisiezaak begon. Na de oorlog werd de radio langzamerhand gemeen goed in de Nederlandse huiskamers en ook de grammofoon deed zijn intrede. Later nam antiekzaak Arcade het pand in gebruik en weer later makelaar Driessen.
Op de hoek van de Arnhemseweg en de Engelanderweg had Van Wolfswinkel een vleeshouwerij. Deze zaak werd overgenomen door slagerij Oranje en later door slager Bert Buunk. Na Buunk nam sporttextielzaak Heijzoo de winkel in gebruik.
Aan de oostkant van de Arnhemseweg waren ook allerlei winkels en bedrijfjes. Bredewold verkocht er groenten en aardappelen. Er waren twee schildersbedrijven: Jan de Grip en Van de Nadort. In de kleine winkel van laatstgenoemde kon je behalve verf ook terecht voor porseleinen kopjes, pannen en schoonmaakartikelen. Later kwam in dit pand een cafetaria-haantjesspeciaalzaak De Smickel; vervolgens het autobedrijf van Dick Kouw; het installatiebedrijf van Ab Tromp en nog weer later een tandartsenpraktijk.
Richting Dorpstraat had Jan Muller aan de Arnhemseweg een bakkerij en een klein winkeltje. Daarnaast had kapper Woudenberg een goed lopende kapperszaak en sigarenmagazijn, waar hij kurkdroge sigaren en halve ponden tabak verkocht. Op de hoek van Arnhemseweg en de Kerkweg had Frederiks een luxe brood- en banketbakkerij: ‘De Korenaar’. Na Frederiks nam bakker Tamminga de zaak over.
Op de hoek van de Dorpstraat en de Arnhemseweg was Van Teeckelenburgh gevestigd; hij was eigenlijk van alle markten thuis. Hij had een meubelmakerij, een behangerij en een stoffeerderij.In hetzelfde pand aan de Dorpstraat had Anton Wrede een bakkerij. Later zat in dit pand Wagenaar, een wat deftige winkelier die handelde in goud en zilver, uurwerken en vulpennen; hij gaf zich ook uit voor opticien.
Op Dorpstraat 5 begon Dirk Konink een automobielbedrijf en garage; later werd dit garage Bakker en nog weer vele jaren later taxibedrijf en trouwservice Jochems. Naast het automobielbedrijf was Marinus De Groot een levensmiddelenbedrijf begonnen (VéGé); later nam Jan Wubbels deze zaak over en werd daar kruidenier.

Nog weer wat verder in de tijd kwam er een vestiging van de Boerenleenbank Apeldoorn. Veel Beekbergenaren deden zaken met deze bank, omdat men meende dat hun privacy beter gewaarborgd was bij een Apeldoornse bank, dan de ‘eigen’ Raiffeisenbank in Lieren, met als kassier Gerrit Plante.
Het pand aan Dorpstraat 9 is gebouwd door Jan de Groot; hij dreef er een melkzaak. In de tweede wereldoorlog had Gerrit van den Enk er een melkhandel en daarna Waardenburg. Uiteindelijk werd er een eethuis gevestigd.
Naast de melkhandel zat kapper Schaap; hij had ook een sigarenwinkeltje. Op Dorpstraat 15 stond heel vroeger een boerderij; na de afbraak van deze boerderij kwam er een woning waar vanaf 1851 nog een tijdlang het postkantoortje in gevestigd was. Daarna werd het een woonhuis en schildersbedrijf van Marinus van Tongeren.
Daarnaast lag de kleine boerderij en smederij van Hogeweij. Gerrit Marten Hogeweij heeft dit pand in 1898 laten bouwen. Naast de boerderij was de smederij. Bij Hogeweij werden de paarden beslagen en de houten wielen van de wagens en karren van ijzeren beslag voorzien. De smid sprak van ‘hoepels leggen’. Het houten wiel werd op de vloer gelegd, er was een gat voor in de vloer gemaakt waarin de naaf paste, zodat het wiel niet kon verschuiven. De ijzeren hoepel werd in het smidsvuur gelegd, dat door een blaasbalg werd aangewakkerd. De ijzeren hoepel werd roodgloeiend gestookt en om het houten wiel gelegd. Als dat klaar was werd er een spil door de naaf geschoven en het wiel in een ijzeren bak met water gehangen. Door de afkoeling in het water kromp het ijzer en ging de hoepel vast om het houten wiel zitten. Al met al een flinke klus.
Aan Dorpstraat 25 hadden Cornelis en Bep de Groot groentehuis ‘Het Centrum’; later verrees op die plek de supermarkt van het dorp. Naast de groentezaak van De Groot stond het woonhuis van meester Van de Kamp, de bovenmeester van de lagere school. Later begon Jaap van Tongeren er een schildersbedrijfje.
Ook aan de zuidzijde van de Dorpstraat waren allerlei winkeltjes te vinden. Naast huize Piet Hein (van Vught) op Dorpstraat 2 had Gijs van Tongeren een timmerwerkplaats aan Dorpstraat 4.

Naast Van Tongeren stond een woonhuis waar in de oorlog Herman Blom woonde en daarnaast een woning gebouwd door W.A. van Tongeren, waar later notaris Van de Abeelen kantoor hield. Verderop richting kerk was er nog de groentewinkel van Teun Boerstoel, later overgenomen door Hebing (groente) en Van de Kamp (elektra). Aan Dorpstraat 16 was taxibedrijf ‘De Veluwe’ van Middelink gevestigd; later begon G. Luth daar een rijwielverhuurbedrijf en fietswerkplaats. Postbode Arie Blom woonde op Dorpstraat 18. Het oude pand op nr. 20 werd overgenomen door kapper Koopman, daarna Mulder (winkel in elektra en grammofoonplaten) en Brölman die eraardappelen, groenten en fruit verkocht.
Ernaast stond het vroegere woonhuis van veldwachter Nieuwenhuis, waar Noppen de kleermaker zijn werkplaats in vestigde. Weer een huis verderop in de richting van de school had Zwaantje Blom een winkeltje in manufacturen en tabakswaren. Naast de school dreef Gerrit Hogeweij een rijwielhandel en later taxibedrijf.
Op de hoek van de Dorpstraat en Van Schaffelaarsweg stond naast de school een eeuwenoud boerderijtje met daarin het winkeltje van Jan en Bartje Wilbrink. Lange tijd werd de boerderij bewoond door twee gezinnen, die allebei de naam Wilbrink droegen: Jan en Bartje Wilbrink aan de Dorpstraat en timmerman Cornelis Wilbrink aan de Van Schaffelaarweg.

Het winkeltje van Bartje Wilbrink kon hooguit vier of vijf klanten herbergen. Langs een wand was een soort tuinbank geplaatst, een gietijzeren onderstel met een zit- en een rugplank. De toonbank was vrij kort en daarop stond een grote koffiemolen met een koperen vuldop en een balansweegschaal met een afneembare bak en koperen gewichten. Langs de achterwand waren houten bakken aangebracht, waarin de losse artikelen waren opgeslagen, zoals suiker, rijst en gort. Een blikken schep diende om de grauwe papieren puntzakken te vullen. In de etalage stonden op een plank enkele grote hoekige flessen met dikke stoppen. Daarin werden de zoetwaren bewaard: steken en balletjes, drop en zoethout. Verder waren er levensmiddelen en koloniale waren (specerijen) te koop, maar ook sigaren, tabak en pruimtabak. Koetouwen en halsters, boenders en bezems, groene zeep, stijfsel, chicorei, edik of azijn, haarlemmerolie, kiespijnpoeder, wormpatronen, zeemleer en dweilen, raap- en boterolie; zwartsel voor muren en kachelglans; vliegenvangers; vuurtesten voor de stoof, lucifers, garen, sajet en elastiek; luizenkammen en muizenvallen, griffels en leien, klompen, petroleum en nog veel meer. Het boerderijtje heeft er gestaan tot 1958; toen is het gesloopt.
Naast ‘De Gouden Leeuw’ lag de woning van Gerrit van Mourik, die een kolenzaak had in de kolenschuur achter zijn pand aan de Dorpstraat. Steenkool had langzamerhand het hout als brandstof vervangen en mede door de exploitatie van de mijnen in Zuid-Limburg in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw nam het aantal kolenboeren gestaag toe. De woning van Van Mourik is later gekocht door Jo Dolman die er een bakkerij begon. Jo Dolman kon het pand kopen onder de voorwaarde dat hij geen koffie en thee zou verkopen, want dat betekende concurrentie voor Verhoef die eigenaar was van het pand van Van Mourik. Jo Dolman was de eerste bakker in Beekbergen die stopte met het venten van brood; hij maakte het brood een paar cent goedkoper als mensen het in zijn winkel kwamen afhalen. Hij begon in het dorp ook als eerste met een automatiek, waar men voor een kwartje een kroket uit de muur kon trekken. Het pand naast Jo Dolman was eerst van Jonker, die behalve kruidenier ook schoenmaker was. Het winkeltje werd later overgedaan aan Berend Wilbrink, alias ‘Berend Potjes’; hij handelde in koloniale waren, kruideniers- en grutterswaren. Na Wilbrink hadden Schepers en Gerrit te Winkel er een kruidenierszaak.

Jannes Wilbrink (‘Jannes de Slachter’) kocht als boerenzoon rond 1900 het oude notarishuis van notaris Feith en begon in het grote achterhuis van het pand aan het slagerspaadje een slachterij. Het slagerspaadje was toen de gangbare verbinding tussen Dorpstraat en Hietveldweg, want de Schaffelaarweg was destijds niet meer dan een karrenspoor. Aan de voorkant van het pand aan de Dorpstraat was de slagerswinkel. De toonbank bestond uit een marmeren plaat en aan een ijzeren stang achter de toonbank bungelden enorme bonken vlees. Later werd de slagerij overgenomen door Lammert en Hendrik Wilbrink. Het familiebedrijf bestaat nog steeds.
Naast de slagerij lag de ‘Wildhal’ van Martha Wilbrink, een bijzondere winkel waar men comestibles kon kopen. Later had Joh. Wilbrink er een manufacturenzaak. Hij verkocht er naai- en handwerkspul. Ook verkocht hij nylonkousen en kon men er ladders in de nylonkousen weer laten ‘ophalen’. In het pand was later de drogisterij van De Reus gevestigd en daarna nog een kantoor van de AMRO-bank en een modezaak.
Op Dorpstraat 54 was elektricien en loodgieter Busser gevestigd met een kleine winkel. Dit pand werd jaren later opgesplitst: aan de ene kant kwam cafetaria ‘Contact’ van Anton en Aartje Dolman en aan de andere kant ‘De Damper’ van Berend Wilbrink met rookartikelen.
Aan Dorpstraat 56 stond vroeger een boerderijtje, later kwam er de herberg van Derk Schurink. Na de afbraak van de herberg werd er een woonhuis gebouwd met daarachter de rijwielhandel en fietsenwerkplaats van Ab Beekman.
Daarnaast had Verhoef een kruideniers- en snoepwinkel. Verhoef bracht zijn kruidenierswaren met een bakfiets rond en zijn vrouw Coba runde het snoepwinkeltje. In het piepkleine en donkere winkeltje lag een bonte verzameling van snoepgoed waaruit moeilijk viel te kiezen: kauwgumballen, zuurballen, veterdrop, spekkies, noga, zoethout en zuurstokken. Na Verhoef vestigde zich Krebbers en Jaarsma in het pand met een winkel in elektronica.

Op de hoek van de Dorpstraat en Kerkallee woonde kruidenier Lammert de Grip. Ernaast bevond zich het schildersbedrijf en de werkplaats van Andries de Grip. Later kwam daar Anton de Grip met ‘Het Porseleinhuis’, waar men terecht kon voor porselein, souvenirs, ansichtkaarten en feestartikelen. Nog weer later verkocht slagerij Stam er voorverpakte vleeswaren. Daarna werd het een cafetaria en eetcafé. Er naast stond het pand van drogisterij ‘In den Gaper’ van Janssen, later nam Hali deze zaak over en begon tevens een fotohandel. Naast de drogisterij stond het woonhuis van Gerrit Tijhof, die aan huis rijwielen repareerde. Thans is de ‘Wereldwinkel’ erin gevestigd.
In het vroegere ‘Heethuys’ was de kantoorboekhandel van J. v.d. Sloot gevestigd met daarnaast de timmerwerkplaats van Mooij; later Kalkman en timmerbedrijf Schotpoort.

In het voormalige Nutsgebouw (gesticht door freule Hartsen) had Reichard een bloemenmagazijn. In het pand is tegenwoordig o.a. een café gevestigd. Daarnaast lag het woonhuis van Manna Blom met een depot van een stomerij. Tandarts Kroes begon er ooit een tandartspraktijk.
Evert Blom begon in 1917 met een schoenmakerij. Het was een drukke werkplaats waar rond de oorlog vijf of zes schoenmakers werkten. De mensen deden in die tijd lang met een paar schoenen, want kapotte schoenen werden keer op keer ‘opgelapt’.
Men had eenvoudig geen geld om steeds nieuwe schoenen aan te schaffen. Evert Blom is in de oorlog samen met zijn zoon Hans door de Duitsers op transport gesteld en niet teruggekeerd. Zijn schoonzoon Ab Dolman heeft de schoenenzaak daarna overgenomen. Op Dorpstraat 72 was de winkel van de gebroeders Dolf en Johan Wilbrink. Zij handelden in nagenoeg alles: potten, pannen, brandstof, ijzerwaren, huishoudelijke artikelen, gereedschap, fietsonderdelen, te veel om te noemen.
Daarna ging deze zaak over naar SintNicolaas, die ook haarden en kachels ging verkopen. Ook vuurwerk was er verkrijgbaar. Gerrit Luth nam dit pand over van Sint Nicolaas en weer later begon Wim van Beek er een schilderszaak en drogisterij.

Op Dorpstraat 74 had Dommerholt een kruidenierswinkeltje, waar hij naast de toen gebruikelijke waar ook ‘regeringsbrood’ verkocht. Later was er ‘De Spar’ van Marten Wilbrink. Daarna werd het pand afgebroken en vervangen door een veel grotere winkel in huishoudartikelen en speelgoed.

Aan de voormalige Stationsweg (Dorpstraat 57) nam Lammert Dolman een pand over van Neuteboom en begon in de schuur naast het huis een veevoederhandel en een handel in kolen en turfmolm. Dolman begon ook een kuikenbroederij; de eendagskuikens werden uitgezet bij boeren in de omgeving en zij fokten deze kuikens verder op voor de slacht. Later kwam in het pand een bloemenzaak.
Op Dorpstraat 63 heeft eerst tandarts Kroes nog een praktijk gehad. Daarna is Koopman er een kapperszaak begonnen. Daarnaast lag de groentewinkel van Joost Grotenboer; daarna kwam er een autobedrijf voor in de plaats.
Op de hoek van de Dorpstraat en de Hoogelandseweg (vroeger Keesjesweg geheten) had
Theo Wentink zijn handel in groeten, fruit en aardappelen. Aan de andere kant van de Hoogelandseweg woonden Jan en Aagje Modderkolk; hij was bezembinder, mandenvlechter en klompenmaker; zij verkocht de klompen, bezems en rietenmanden in het winkeltje ‘De Vlijt’. Ook voor vliegertouw kon men bij Modderkolk terecht.
Aan de zuidkant van de Stationsweg (Dorpstraat 84) stond vanaf 1921 het postkantoor. Naast het postkantoor had Spijker een kapperszaak, waar zich later de Boerenleenbank vestigde. Wat verderop was er de winkel van Greve, manufacturen. Later namen Kreuzen en Kuiper deze zaak over. Op Dorpstraat 94 woonde Jaap van Amersfoort, de fietsenmaker. Hij verhuurde ook fietsen en tandems.
Op de hoek van de Dorpstraat en het pad naar De Hoeven stond de ‘Beekbergensche Naai- en Breischool’ die tot ca. 1925 is gebruikt. De breischool kreeg subsidie van het zogenaamde ‘Spinfonds’, destijds ingesteld door koning Lodewijk Napoleon om vrouwen in de winterperiode het spinnen te leren. Later werd het gebouw van de breischool aangekocht door Klein Essink die er de ‘Eerste Beekbergensche Melkinrichting’ vestigde. Daarna kwam de melkhandel in handen van Rouwenhorst en Hofman.
Ook in de Kerkweg bevonden zich nog wat winkels, zoals de bakkerij van Mulder, later overgenomen door Jan Weenk. Daarnaast – in een dubbel pand – hetloodgietersbedrijf Pors en Verzijden, die ook nog een winkel in huishoudelijke en luxe artikelen en sanitair had. In de andere helft van het pand was De Wolbaal van mevrouw Van Teecklenburgh gevestigd.