21. Ziekenzorg in Beekbergen

21. Ziekenzorg in Beekbergen

In het begin van de 19e eeuw was het met de ziekenzorg op het platteland in het algemeen treurig gesteld. De kwakzalverij vierde hoogtij. Er waren nog maar weinig dorpen met een eigen dokter. Beekbergen kreeg in 1825 zijn eerste chirurgijn in de persoon van J.R. van Riessen. De geneesheren hadden destijds niet alleen de inwoners van Beekbergen onder hun hoede, maar ook die van de buurtschappen Lieren, Oosterhuizen, Loenen, Zilven, Hoenderloo en Ugchelen. Beekbergen kende in 1863 al een doktershuis aan Dorpstraat 47.

Klein Papenberg

Dokter Brinkerink, die van 1863 tot 1876 geneesheer was in Beekbergen, bewoonde als eerste deze dokterswoning. Zijn opvolger, dokter De Klerk, mocht in 1878 op gemeentekosten patiënten die onvermogend waren, per rijtuig bezoeken in de buitengebieden, zoals Zilven en Hoenderloo. In 1898 werd de dokterswoning bewoond door dokter Grafhorst. Hij was niet erg geliefd, want hij schreef nogal hoge rekeningen uit. Soms liet hij zich ook in natura betalen. Zo deed een patiënt, die nogal veel aan de arts verschuldigd was, een stukje bosgrond aan hem over: het ‘bosje van Grafhorst’ aan het Kerkenveld. Een bekende arts was dokter Vorster, die van 1910 tot 1918 een praktijk had in Beekbergen en daarna tot 1945 in Apeldoorn. Van 1918 tot 1933 was dokter Hage arts in Beekbergen.

In 1929 komt dokter Daan Pont naar Beekbergen. Hij is eerst inwonend in het huis van schilder H. van Tongeren aan de Dorpstraat. Daarna betrekt hij de oude directeurswoning ‘Ons Thuis’ bij ‘Het Hoogeland’. In 1933 wordt dokter Pont gemeentearts en in 1935 koopt hij het notarishuis ‘Klein Papenberg’ van notaris Feith. Dit huis ligt op de hoek van de

Loenenseweg en de Dorpstraat. Dokter Pont is een geziene man in Beekbergen en hij heeft een vooraanstaande plaats in de dorpsgemeenschap. Hij kan in zijn dokterspraktijk voor het eerst ook een nieuw middel gebruiken: penicilline. In 1938 wordt dit middel voor het eerst toegepast in de gezondheidszorg. Dit antibioticum kan bacteriën doden en blijkt een van de belangrijkste uitvindingen in de geschiedenis. De uitvinder is Alexander Fleming in 1928.

In de oorlog wordt het middel veel toegepast bij gewonde Amerikaanse soldaten.

In de tweede wereldoorlog verleent dokter Pont verschillende keren medische hulp aan neergeschoten en gewonde Engelse piloten. Bij zijn zilveren jubileum krijgt hij van de bevolking een welgevulde en moderne instrumententas. Hij overlijdt in mei 1960 ten gevolge van een verkeersongeluk. Het geeft een grote schok onder de Beekbergense bevolking.

Sanatorium Beekbergen

Aan de weg van Beekbergen naar Loenen werd op 25 februari 1911 het eerste Nederlandse familiesanatorium geopend. Het was een sanatorium voor overwegend Rotterdammers die niet naar een volkssanatorium wilden, maar niet genoeg verdienden om zich een kuur in het buitenland te kunnen permitteren. De bossen van Beekbergen, hun rust en stilte en de gezonde frisse lucht, boden een ideale plaats voor een langdurige kuur in de open lucht. Dat was aan het begin van de 20e eeuw de aangewezen behandelingsmethode voor tuberculosepatiënten. Er was een speciaal paviljoen voor tuberculoselijders met hun gezin. In de beginjaren verbleven er 7 à 8 patiënten tegelijk in het sanatorium. De meesten hadden baat bij de kuur en de gezonde en rustgevende omgeving van het sanatorium.

In 1959 werd het gebouw gesloten voor tuberculosepatiënten. De gemeente Rotterdam, die inmiddels eigenaar was geworden en het complex in de jaren daarvoor aanzienlijk had uitgebreid, wilde hier verpleeghuiszorg bieden aan oudere Rotterdammers. Het vroegere sanatorium kreeg de naam ‘Geriatrische Inrichting Beekbergen’ en in 1982 ging het verpleeghuis ’Het Immendaal’ heten.

In mei 1921 werd de ‘Vereniging Het Zonnehuis’ opgericht: een christelijk tehuis voor chronische zieken van alle leeftijden en gezindten. Jarenlang was er onder leiding van Jo Visser uit Rotterdam geld ingezameld om een tehuis te kunnen openen voor de opvang van langdurig zieken. Uiteindelijk was er in 1928 voldoende geld binnengekomen om huize ‘Sarphat’ in Beekbergen te kopen van freule Hartsen. Zo kon op 24 april 1929 het eerste ‘Zonnehuis’ in Beekbergen worden geopend. In de beginjaren werden vooral patiënten opgenomen met een slepende ziekte, zoals tuberculose, multiple sclerose en chronische reuma. Bij de opening van ‘Het Zonnehuis’ waren er tien patiënten, die werden verzorgd en verpleegd door in totaal twaalf personeelsleden. Vanaf het begin werd ook begonnen met lesgeven aan het verplegend personeel en dat was het begin van een eigen huisopleiding. De sfeer in het huis was heel gemoedelijk en dat is door de jaren heen zo gebleven. Rond 1930 waren er 35 patiënten en was het huis in feite overvol. In 1938 werd het gebouw gemoderniseerd en uitgebreid, waardoor er 100 patiënten konden worden opgenomen.

Het Zonnehuis

In later jaren werd ‘Het Zonnehuis’ een regulier verpleeghuis dat ook verpleeghuisbewoners uit Beekbergen en omgeving opnam. Op 27 maart 1978 overleed de oprichtster en eerste directrice van ‘Het Zonnehuis’, Jo Visser, op de leeftijd van 88 jaar.

Tot ver in de 19e eeuw werden zieken in Nederland zoveel mogelijk door familieleden verzorgd. De kindersterfte was hoog; vooral tuberculose, maar ook rondvonk, tyfus en andere besmettelijke ziekten maakten veel slachtoffers. Vanaf ca. 1900 ontstonden ook in deze streek van het land de kruisverenigingen. Een van de initiatiefnemers van het ‘Groene Kruis’ was ds. Fleischer, die als doopsgezinde predikant in Noord-Holland in aanraking was gekomen met het werk van een kruisvereniging. Samen met de arts Poolman richtte ds. Fleischer overal in het land afdelingen op van het ‘Groene Kruis’. De predikant kocht in 1918 een stuk heide van ongeveer 10 hectare aan de Berg en Dalweg in Beekbergen en bouwde op het terrein een aantal houten zomerverblijven voor de familie: de ‘witte huisjes’ of ‘domineeshuisjes’, zoals ze in het dorp werden genoemd. De huisjes speelden in de tweede wereldoorlog een rol bij het ondergrondse verzet. Ds. Fleischer overleed in 1929 en is in Beekbergen begraven.

Kruisverenigingen hadden wijkverpleegsters in dienst die in dorpen en buurtschappen rond Beekbergen allerlei zorg verleenden.  De wijkverpleegster verpleegde zieken, gaf voorlichting over gezond en hygiënisch leven en hielp de huisarts als dat nodig was. Zij kwam bij de mensen thuis, wist precies wat er leefde in een gezin en was gemakkelijk te benaderen. Een spil in de samenleving van het dorp.

Wijkgebouw aan de Koningsweg

De wijkverpleegster was meestal alleenstaand en woonde vaak boven het wijkgebouw. In Beekbergen stond het wijkgebouw eerst aan de Loenenseweg op de plek waar thans zorgcentrum ‘De Vier Dorpen’ is gevestigd en later aan de Koningsweg. Er waren een paar wijkzusters. In 1937 kregen ze een Morris dienstauto aangeboden van de bevolking van Beekbergen.

In de loop der jaren kwamen er naast de grotere zorginstellingen ook kleine tehuizen, zoals ‘De Bergbeek’ aan de Loenenseweg, een huis voor verstandelijk gehandicapten. Verder nog ‘kamp De Kuil’ aan de Kuiltjesweg voor moeilijk opvoedbare jongens en Suka Sepi (‘houden van de rust’) een rusthuis aan de Berg en Dalweg, dat later ‘Schansbergen’ ging heten en bestemd was voor de opvang van moeilijk opvoedbare meisjes.

Ook interessant voor jou

3. Het leven in de Middeleeuwen

3. Het leven in de Middeleeuwen

25. De Hagenbrug

25. De Hagenbrug

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw