In 1911 kwam een zekere jonkvrouw Henriëtte Sarah Hartsen, geboren in 1860 in Amsterdam, vanuit Hilversum naar Beekbergen. Zij behoorde tot een vooraanstaande en schatrijke familie; haar vader was minister van buitenlandse zaken en haar moeder was hofdame aan het paleis van koningin Emma. Kortom, er kwam iemand van stand binnen in Beekbergen.
Freule Hartsen, zoals ze in het dorp werd genoemd, was iemand met grote idealen. Vanaf haar 20e jaar wijdde zij zich aan hulp aan medemensen, daartoe geïnspireerd door het Evangelie. De strijd tegen het alcoholisme was haar levensdoel. Henriëtte Hartsen was een vrouw met een sterke persoonlijkheid, zeer begaafd en iemand met een warm gevoel voor haar medemensen. Daarbij kwam dat ze zeer vermogend was. Dat geld gebruikte ze voornamelijk voor het helpen van haar minder bedeelde en verslaafde medemensen. Ze begon haar werk in Hilversum en zette dit later in Beekbergen voort. Op 2 november 1898 richtte zij de ‘Nederlandse Christen Vrouwen Geheel-Onthouders Unie’ op.

Freule Hartsen heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de Beekbergense samenleving. In 1911 kocht zij in Beekbergen huize ‘Groot Papenberg’ en veranderde de naam in huize ‘Sarphat’ (op de plek van ‘Het Zonnehuis’).
Bij deze villa hoorde een groot park en een moestuin. Zij liet de bestaande villa uitbreiden om onderdak te bieden aan haarzelf en om er een aantal drankzuchtige vrouwen, die door alcoholgebruik in moeilijkheden waren geraakt, op te nemen. Zo ontstond het eerste van de zogenaamde ‘Uniehuizen’ in Beekbergen, als voorlopers van de vele zorginstellingen die zich later in het dorp vestigden.
Freule Hartsen breidde haar bezit voortdurend uit door nieuwbouw en aankoop van diverse panden; dat kon zij doen omdat haar ouders haar enkele miljoenen guldens hadden nagelaten.
In de Eerste Wereldoorlog kocht zij de 237 jaar oude herberg ‘De Gouden Leeuw’, die zij in
1914 liet slopen en verving door een koffiehuis-logement voor geheelonthouders: het ‘Geheelonthouders Koffiehuis’. De eerste beheerder was André van Teecklenburgh. Tijdens de mobilisatie van 1914-1918 stelde de freule het koffiehuis beschikbaar als militair tehuis. In latere jaren had het koffiehuis een functie in het dorp als vergaderplaats, hotelpension en dorpshuis.

Freule Hartsen stichtte nog meer ‘Uniehuizen’; zo kocht zij huize ‘Zonnevanck’ op de hoek van de Kerkweg en de Dorpstraat (later ‘Luctor et Emergo’ en ‘Elim’ geheten). Verder nog ‘Het Heethuys’ aan de Dorpstraat (nu ‘Vita Nuova’) en ‘Klein Bouwzicht’ aan de Stationsweg (nu Dorpstraat) en huize ‘Klein Lioba’ aan de Arnhemseweg. In 1937 liet zij ‘Het Hietveld’ bouwen voor de opvang, verpleging en reclassering van aan alcohol verslaafde vrouwen. Zij ging zelf in 1938 ook wonen aan de Hietveldweg.

Buiten de opvang van alcoholverslaafden vervulde Freule Hartsen een belangrijke rol in de dorpse gemeenschap.
Vanuit haar christelijke levensovertuiging stimuleerde zij veel initiatieven en werk op sociaal gebied. Zo liet zij een lokaal bouwen aan Het Hoogepad dat ter beschikking werd gesteld aan de verenigingen in het dorp. In gebouw ‘Het Hoogepad’ gaf zij lichtbeelden-avonden om over haar werk te vertellen. Het gebouw deed lange tijd dienst als dorpshuis en werd later kerkelijk centrum van de hervormde kerk. De laatste jaren van haar leven had de sober levende freule te kampen met lichamelijke gebreken. Haar stem verzwakte steeds meer, zij werd doof en tenslotte blind. Op 29 november 1946 overleed zij in Beekbergen. In Beekbergen is een straat naar haar vernoemd, het Freule Hartsenplein, en is een standbeeld voor haar opgericht.
