16. Het Hoogeland, een kolonie voor bedelaars en landlopers

16. Het Hoogeland, een kolonie voor bedelaars en landlopers

In de 19e eeuw leefde een groot deel van de bevolking in Nederland in grote armoede en erbarmelijke omstandigheden. De verschillen tussen een kleine bovenlaag van de bevolking en de grote groep armen (‘het volk’) waren bijzonder groot. Rijkdom en armoede werden geaccepteerd, als van God gegeven. Geen wonder dat bedelarij en landloperij in die eeuw vaak voorkwam, hoewel het bij wet verboden was. De bevolking ondervond dikwijls ook veel last van groepen rondtrekkende bedelaars en landlopers, die soms ook mensen bedreigden en afpersten. Op afgelegen plaatsen gingen door hun toedoen hooibergen en boerderijen nogal eens in vlammen op.

Tegen het einde van de 19e eeuw ontstonden vanuit de ‘aanzienlijke stand’ allerlei initiatieven om bedelarij en landloperij tegen te gaan, onder meer door het stichten van arbeidskolonies.

Oude boerderij Het Hoogeland

Op 2 december 1892 vestigde de ‘Vereniging tot Christelijke Verpleging van bedelaars en landlopers’ in Beekbergen een arbeidskolonie. Daartoe werd de boerderij van Bresser aangekocht, genaamd ‘Het Hoogeland’. Het was een boerderij met bouwland, weiland en schuren. In totaal kocht de vereniging bijna 18 hectare voor een bedrag van 7.225 gulden. Op 17 oktober 1894 werd ‘Het Hoogeland’ in gebruik genomen en werd J. Wilbrink benoemd tot directeur. Bij de opening bestond ‘Het Hoogeland’ uit een hoofdgebouw met daarin een woning voor de directeur en zijn gezin en een zaal van vijftig vierkante meter voor de landlopers en bedelaars. De eerste landlopers namen na de opening al gauw hun intrek in de kolonie. Al na een jaar bood de hoeve onderdak aan het gezin van de directeur, tien koeien, een paard, een paar biggen, wat kippen en 47 landlopers. De landlopers kwamen uit het hele land.

In de verblijfszaal van het hoofdgebouw stonden houten stoelen en blank geschuurde tafels. Er werkten een kleermaker en een schoenmaker. Aan touwen aan het plafond werd de was te drogen gehangen: baaien onderbroeken en molton hemden. Op zondag was de zaal in gebruik voor godsdienstoefeningen.

Erf van boerderij Het Hoogeland

De eerste jaren waren in economisch opzicht voor ‘Het Hoogeland’ geen succes. De investeringen waren groot en de opbrengsten beperkt. Er werden woeste gronden ter ontginning aangekocht om die later als landbouwgrond te gaan gebruiken. Maar het ontginnen van heidevelden, door mensen die daar geen ervaring mee hadden, was niet gemakkelijk. En het exploiteren van een landbouwbedrijf door ongeschoolde krachten viel ook niet mee. De opgenomen landlopers en bedelaars ontvingen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Het verstellen en wassen van kleding, bakken van brood en werken op het land behoorden tot de verplichte werkzaamheden voor de bewoners. Verkoop van hooi en graangewassen leverde wat geld op, zodat ‘Het Hoogeland’ redelijk zelfvoorzienend was.

Ook interessant voor jou

3. Het leven in de Middeleeuwen

3. Het leven in de Middeleeuwen

25. De Hagenbrug

25. De Hagenbrug

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw