Sedert mensenheugenis hebben herbergen, uitspanningen, logementen of pleisterplaatsen een grote rol gespeeld in de samenleving. Ze waren er in vele variaties van knusse boerenkeukens met of zonder tapkast tot speciale cafés met eet- en slaapgelegenheden. Zo was het ook in Beekbergen. Het dorp kende in de oudheid vele herbergen en logementen: ‘Het Roode Hert’, ‘De Kat’, ‘De Vos’, ‘Het Zwaantje’ (halverwege Beekbergen en Apeldoorn), ‘De Woeste Hoeve’, ‘De Vrijenberg’ (halverwege Beekbergen en Loenen), ‘De Gouden Leeuw’ en ‘De Smittenberg’. Vooral beide laatstgenoemde herbergen hebben lang een grote rol gespeeld in de samenleving van Beekbergen.

Herberg De Gouden Leeuw
Herberg ‘De Gouden Leeuw’ was in de vroegere samenleving van Beekbergen het trefpunt voor allerlei contacten. In bijna alle openbare gebeurtenissen van het jaar speelde de herberg een belangrijke rol, zowel op werkdagen als op zondagen. Er werden vergaderingen, openbare verkopingen en feestelijke bijeenkomsten gehouden.
De muurankers geven aan dat de boerderij-herberg in 1677 is gebouwd. Voor die tijd heeft op dezelfde plaats ook al een soort herberg gestaan, waar Jan van Schaffelaar op één van zijn tochten over de Veluwe in 1482 nog heeft overnacht.
De herbergiers van ‘De Gouden Leeuw’ waren vroeger behalve herbergier ook nog boer en imker. Daarnaast was de herbergier ook klokkenluider en stovenzetter in de kerk. ‘De Gouden Leeuw’ was gebouwd in de vorm van een kleine boerderij. Achter de herberg aan een smalle zandweg (thans Van Schaffelaarweg) stond een schaapskooi die ook eigendom was van de herbergier. In de buurt daarvan lag een grote moestuin, ‘De Leeuwshof’ geheten en verder enkele akkers op het Hietveld daarachter.
Op het zanderige dorpsplein gelegen tussen de herberg en de kerk vonden eeuwenlang allerlei activiteiten plaats. Op een open terrein tegenover de kerktoren, dus op de hoek van de Dorpstraat en het Sprengenpad (de huidige Kerkweg), vond de jaarlijkse kermis plaats. Van heinde en ver kwamen kermisklanten naar deze kermis, vroeger een feest voor iedereen. In Beekbergen werd de grote kermis vanaf het eind van de middeleeuwen gevierd op de tweede zondag van oktober. De kermis begon, zoals bijna ieder feest, ‘s morgens met een mis waarbij de pastoor en later de dominee een preek hield. De laatste waarschuwde ook tegen de gevaren van de kermis. Hij constateerde dat de kermissen in Beekbergen op den duur konden ontaarden in zinnelijk genot. De kermisgangers aten met grote overdaad en dronken meestal pure jenever dat goedkoper was dan bier. Het ging er vaak niet zachtzinnig aan toe en soms kwamen er zelfs dolken aan te pas om ruzies te beslechten, vooral als er vrouwvolk in het geding was. Tegelijk met de kermis werd een jaarmarkt gehouden, waar men uit wijde omgeving op af kwam. Bij de talrijke kramen waren dan allerlei goederen te koop. Aan de jaarmarkt was soms ook een beestenmarkt verbonden.

Hotel De Vrijenberg
Bij de kerkgang op zondag was ‘De Gouden Leeuw’ een verzamelpunt voor mensen uit de omliggende dorpen. De mensen kwamen meestal te voet over de vele kerkpaden naar het dorp. De namen van de paden zijn nog steeds bekend: Hogepad, Voorste Kerkweg, Achterste Kerkweg, Kerkeveld. Voor zover men met aangespannen voertuigen kwam, kon men de paarden in de stal van ‘De Gouden Leeuw’ onderbrengen. Bij een doopdienst in de kerk verbleven de dopelingen na de doop met hun draagsters in de gelagkamer van de herberg om daar te wachten op de terugkeer van de doopouders uit de doopdienst. Na afloop van de kerkdienst gingen de mensen naar ‘De Gouden Leeuw’ of ‘De Smittenberg’ om koffie of een borreltje te drinken en voor zover nodig ook zaken te doen. Geestelijke en materiële zaken gingen in die tijd vaak samen omdat het reizen heel veel tijd kostte.

Herberg stalhouderij De Smittenberg
‘De Smittenberg’ is oorspronkelijk een oude boerderij waar al in 1621 bier wordt gebrouwen. In 1710 komt ene Jochem Brouwer van ‘De Vrijenberg’ naar Beekbergen en neemt de boerderij en brouwerij ‘De Smittenberg’ over. De boerderij-brouwerij gaat de jaren daarna voortdurend over van vader op zoon Brouwer. Vanaf 1805 wordt ‘De Smittenberg’ onder Jochem Derkz Brouwer een logement met stalhouderij en een kleine maar gerenommeerde worstmakerij. Brouwer was een echte zakenman. Hij bezat naast ‘De Smittenberg’ ook nog een boerderij (‘De Poedelick’) naast de ‘Gasthuismolen’ aan de Molenvaart in Lieren. Wie in die tijd in Beekbergen geld nodig had voor de aankoop van een klein boerderijtje kon bij Brouwer geld lenen.
In 1823 wordt het echtpaar Bisterbosch eigenaar van ‘De Smittenberg’ en op hun verzoek komt de Arnhemsestraatweg langs ‘De Smittenberg’ te lopen. Hun zoon Willem Bisterbosch neemt later de herberg over van zijn ouders.
De boerderij-brouwerij-herberg lag heel gunstig op een kruispunt van veldwegen en paden. Het grote met riet gedekte dwarshuis stond evenwijdig aan het zandpad dat later de straatweg van Apeldoorn naar Arnhem zou worden. Er achter was een langgerekt achterhuis, evenwijdig aan de Dorpstraat. Aan de zuidkant van dit complex was een grote schuur vastgebouwd, ook met riet gedekt. De herberg had een soort opkamer die speciaal bestemd was voor de Harderwijker en Elburger vishandelaren; deze gasten verspreidden zo’n penetrante vislucht dat men ze onmogelijk in de buurt van de andere gasten kon herbergen. Het grote achterhuis bevatte naast veestallingen ook een ruime deel. Naast bier werd er ook melk geproduceerd.
De boerenbedoening van Brouwer en later Bisterbosch was van een behoorlijke omvang. Aan de zuidkant van de boerderij lag een grote moestuin en boomgaard. Tegenover de herberg, aan de andere kant van de straatweg, stond een schaapskooi. Later was op deze plek de zogenaamde ‘overtuin’.
De straatweg langs ‘De Smittenberg’ liep van Apeldoorn naar Arnhem. Aan deze weg lagen behalve ‘De Smittenberg’ nog andere pleisterplaatsen, zoals ‘De Woeste Hoeve’.

Herberg De Woeste Hoeve
Al in de late middeleeuwen stond op de plek van ‘De Woeste Hoeve’ een herberg, omgeven door een kleine enk met wat huizen en te midden van woeste gronden en zandverstuivingen. Bij ‘De Woeste Hoeve’ lag een vennetje, een zogenaamde ‘fles’, waaruit het benodigde water werd verkregen. ‘De Woeste Hoeve’ is ontstaan bij de kruising van de oude weg van Apeldoorn naar Arnhem en een hessenweg die liep van Barneveld via Otterlo naar Steenderen aan de IJssel. Hessenwegen lagen tamelijk ver van de dorpskommen, omdat de zware wagens schade konden aanrichten aan de toen nog onverharde dorpswegen. Aan de hessenwegen lagen pleisterplaatsen waar mens en dier konden worden verzorgd. ‘De Woeste Hoeve’ was zo’n pleisterplaats. Het huidige pand is uit 1771. De aangebouwde doorrijstal is waarschijnlijk nog wat ouder. Vroeger konden paard en wagen de doorrijstal binnenrijden; het paard kreeg daar haver en water en de koetsier ging in de herberg iets gebruiken.
Vóór 1771 woonden in ‘De Woeste Hoeve’ twee ongetrouwde broers, zo vertelt de legende van ‘GluujendeGarrit’. De broers besloten om een vrouwelijke hulp in de huishouding te nemen. Na verloop van tijd wilden ze allebei met de dienstmeid trouwen. Slechts één van hen kon met de meid trouwen en dat gebeurde dan ook. De andere broer was vreselijk jaloers en stak in de eerste huwelijksnacht van het paar het rietendak van de hoeve in brand. In een oogwenk greep het vuur om zich heen en brandde de hoeve af. De pasgehuwden kwamen om. De dader vluchtte over de uitgestrekte heidevelden naar de ‘onzalige bossen’ in de buurt van Rheden en werd daar opgepakt. De hoeve was een rokende puinhoop en werd in 1771 herbouwd.
In 1811 heeft keizer Napoleon, samen met zijn vrouw Marie Louise, een bezoek gebracht aan ‘De Woeste Hoeve’. Napoleon logeerde voor een bespreking in Apeldoorn op paleis ‘Het Loo’. In de nacht van 29 op 30 oktober arriveerden twee koeriers bij het paleis, met slechte berichten over het Franse leger in Rusland. Napoleon vertrok op 30 oktober in alle vroegte van ‘Het Loo’. Bij de pleisterplaats ‘De Woeste Hoeve’ aan de straatweg van Apeldoorn naar Arnhem liet de keizer enige tijd stilhouden om een maaltijd te gebruiken die door vooruit gezonden koks was bereid. Ook werden daar de paarden ververst. De leunstoel waarin de keizer heeft gezeten is nog lange tijd in ‘De Woeste Hoeve’ bewaard gebleven.
Een eeuw later, aan het begin van de 20e eeuw, werd de ‘W