11. Beekbergen in de Franse tijd

11. Beekbergen in de Franse tijd

In 1793 was een Frans leger ons land binnengevallen. De toestand voor het Nederlandse leger en haar bondgenoten werd kritiek en op 14 januari 1795, dus hartje winter, trokken zo’n 6000 huursoldaten van de bondgenoten van ons land zich snel terug tot achter de IJssel bij Deventer. Dat gebeurde in een ijzige vrieskou met daardoor rampzalige gevolgen.

Franse
inval

De ellende werd al gauw zichtbaar: zover het oog reikte was de heide van Ugchelen tot Oosterhuizen bezaaid met verlaten wagens en talloze kadavers van bezweken paarden. Maar ook met verkleumde soldaten, die slecht gekleed en gedemoraliseerd, blootstonden aan de ijzige kou die hen had verrast bij hun terugtocht. In het gevolg van het leger bevonden zich, zoals gebruikelijk in die tijd, ook veel vrouwen en kinderen. Velen waren door de nacht en de kou overrompeld en te uitgeput om nog onderdak te bereiken. In vrijwel alle huizen in Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen werden soldaten ingekwartierd. De bevolking van Beekbergen en omliggende dorpen kreeg het zwaar te verduren vanwege de roofzucht en andere gruwelheden van de troepen. 

Met de komst van de Fransen begint ook in deze streken de tijd van Napoleon.

Na de verovering van de Nederlanden door de Fransen in 1795 wordt de ‘Bataafse

Republiek’ de officiële naam voor de verenigde Nederlanden. Ook in Beekbergen wordt de ‘Bataafse Republiek’ uitgeroepen. Op 15 februari 1795 wordt door de koster vanaf de kansel van de kerk in Beekbergen aan het verzamelde volk meegedeeld dat de oude machthebbers aan de kant zijn gezet en dat weldra de nieuwe machthebbers zullen aantreden. Verder wordt meegedeeld dat Willem V, de Oranjetiran zoals hij wordt genoemd, is verdreven. De ‘Bataafse Republiek’ is geen lang leven beschoren. Evenals in de rest van het land blijft het grootste deel van de Beekbergense bevolking in die tijd trouw aan het Oranjehuis, ook al worden tegen sommigen van hen strenge straffen uitgesproken omdat ze een oranje sjerp dragen of ‘Oranje boven’ roepen. De 84-jarige Jurriën van Hattem uit Beekbergen krijgt daarvoor zelfs twintig jaar gevangenisstraf. 

In 1806 wordt de ‘Bataafse Republiek’ door keizer Napoleon opgeheven en opgenomen in het door hem gevormde koninkrijk Holland, waarvan zijn broer Lodewijk Napoleon koning wordt. Met de komst van Lodewijk Napoleon worden allerlei nieuwe maatregelen ingevoerd, vooral op bestuurlijk gebied, zoals de aanmeldingsplicht bij geboorte, huwelijk, dood en verhuizing. Verder in 1811 de invoering van het kadaster en de burgerlijke stand, waarbij het hebben van een achternaam verplicht wordt.

Gemeente
Beekbergen

Op bestuurlijk gebied komen er nog meer veranderingen. Het schoutambt Apeldoorn wordt opgeheven en in kleinere bestuurlijke eenheden verdeeld. Beekbergen wordt daarbij een zelfstandige gemeente en krijgt een eigen burgemeester en gemeenteraad. Er worden gemeenteraadverkiezingen gehouden; deze vinden plaats in de hervormde kerk. In 1811 krijgt Beekbergen zijn eerste burgemeester, J.D. Wolterbeek. De burgemeester, die tevens notaris is, houdt zitting in een gehuurde kamer van herberg ‘De Gouden Leeuw’. Wolterbeek wordt in 1814 opgevolgd door Herman Coerts, die eerder koster en schoolmeester is geweest. In 1818 komt er een einde aan de zelfstandigheid van Beekbergen en komt het dorp weer onder de gemeente Apeldoorn te vallen.

Nadat Napoleon is verslagen worden Beekbergen en omgeving vanaf november 1813 bevrijd van het Franse juk. De Franse macht van 1200 man in de stad Deventer wordt dan omsingeld door troepen van de verbonden mogendheden. Enkele keren breken de Fransen toch nog door de blokkade en gaan dan op rooftocht in de omgeving van Twello, Apeldoorn en Beekbergen. Maar het zijn niet alleen de Fransen die plunderend rondtrekken, ook de geallieerde bondgenoten, zoals de Kozakken en de Pruisen, plunderen in deze streken de afgelegen buitenverblijven en boerderijen. 

De Landstorm

Om weerstand te kunnen bieden aan de Franse troepen die nog steeds Deventer bezet houden, wordt begin 1814 in Beekbergen de ‘Landstorm’ opgericht, waarbij alle weerbare mannen van zeventien tot vijftig jaar worden ingedeeld. De ‘Landstorm’ was een groep van bewapende burgers ter ondersteuning van het reguliere leger. Het leger zorgde voor geweren voor de ‘Landstorm’, doch in geval er geen wapens voorhanden waren, dienden de ‘Landstormmannen’ hooivorken, pieken of bijlen te gebruiken en ook een stuk gereedschap voor het verrichten van graaf- en belegeringswerkzaamheden.

De Franse bezettingsmacht in Deventer houdt het lang vol tegen de geallieerde troepen. Pas na Napoleons val geeft de Franse bevelhebber in Deventer zich op 21 april 1814 over. In de morgen van de 26e april ‘s morgens tussen drie en vier uur vertrekt het Franse garnizoen uit Deventer en gaat over Beekbergen en Hoenderloo richting Wageningen en vandaar naar het zuiden terug naar Frankrijk.

Na de Franse tijd krijgt Beekbergen ook een veldwachter in de persoon van Hendrik Palm. De veldwachter moet vooral optreden tegen bedelaars en landlopers en hij moet patrouilleren in de bossen om houtdiefstal tegen te gaan. Verder moet hij de herbergen en tapperijen in het oog houden tegen mogelijke braspartijen. Drankmisbruik komt in die tijd zeer veel voor. Daarom moeten alle drinkgelagen na tien uur ‘s avonds gesloten zijn.

Verscheidene herbergiers lappen deze maatregel aan hun laars. Maar ook de veldwachters zelf gaan zich nogal eens te buiten aan de drank. Er komen dan ook veel klachten over hen binnen vanwege schandelijk plichtsverzuim. Dus is het eigenlijk dweilen met de kraan open. Om nog wat bij te klussen, treden veldwachters ook vaak op als getuigen bij het ondertekenen van akten voor de burgerlijke stand.

Ook interessant voor jou

3. Het leven in de Middeleeuwen

3. Het leven in de Middeleeuwen

25. De Hagenbrug

25. De Hagenbrug

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw

24. Veranderend straatbeeld in Beekbergen begin 20e eeuw